Woord met Z

  • Algemeen Nederlands woord voor grote watermassa.

  • Fijn korrelig materiaal op strand en in woestijn.

  • Ster in ons zonnestelsel, geeft licht en warmte.

  • Bekend hoefdier met zwart-wit strepen uit Afrika.

  • Gereedschap om hout of ander materiaal te zagen.

  • Bijvoeglijk naamwoord voor de donkerste kleur.

  • Werkwoord, iets proberen te vinden.

  • Bijvoeglijk naamwoord, niet gezond zijn.

  • Voordz. of bijw., drukt afwezigheid van iets uit.

  • Zelfst. nw. voor wasmiddel om je te wassen.

  • Zelfst. nw. voor tas of zakvormig omhulsel.

  • Werkwoordsvorm van zoeken, gebiedend of stam.

  • Werkwoord, met de stem muziek maken.

  • Wapen met lang lemmet, bekend uit riddersprookjes.

  • Zelfst. nw. voor kristallijn keukenzout.

  • Informeel werkwoord, veel en vaak drinken.

  • Zelfst. nw., kus als teken van genegenheid.

  • Werkwoord, je voortbewegen in water.

  • Jaargetijde tussen lente en herfst.

  • Belgisch-Nederlands woord voor fauteuil of stoel.

  • Algemeen Nederlands woord, betekent 'vast, beslist'

  • Werkwoord 'zagen', gereedschap of zeuren

  • Bijvoeglijk naamwoord, betekent niet hard

Les mots dans la liste Woord met Z proviennent des joueurs du jeu de mots Le Petit Bac.