Woord met A
Algemeen Nederlands woord voor een fruitsoort.
Veelgebruikt woord, dier uit de dierentuin.
Veelvoorkomend bijwoord in het Nederlands.
Nederlands woord voor deel van de darm.
Bekend rood zacht fruit, zomervrucht.
Algemeen woord voor eetbare knol, groente.
Veelgebruikt voorzetsel/werkwoordsvorm.
Nederlands woord voor lichaamsdeel.
Nederlands woord voor onze planeet.
Nederlands woord voor scheeps- of grondanker.
Platte, grovere term voor achterwerk in het NL.
Nederlands bijvoeglijk naamwoord, vriendelijk.
Nederlands woord, vaak seksueel of medisch.
Ingeburgerd woord voor tropische vrucht.
Veelgebruikt onbepaald voornaamwoord.
Ingeburgerd leenwoord voor voertuig.
Meervoud/variant van ‘allemaal’, heel gangbaar.
Nederlands scheldwoord, als bijv. naamw.
Meervoud van ‘aap’, algemeen bekend.
Veelvoorkomend voegwoord in het Nederlands.
Oud Nederlands bijwoord, betekent 'aan de achterkant'.
Landbouwgrond voor gewassen; oud Germaans woord.
Betekent lokaas of kaart met hoogste rang.
Keukenblad om op te werken; alledaags woord.
Pijnlijke zwelknobbel bij de anus, medisch term.
Les mots dans la liste Woord met A proviennent des joueurs du jeu de mots Le Petit Bac.