Woord met D

  • Nederlands woord, o.a. ‘huis’ of ‘stom’.

  • Bijvoeglijk naamwoord, betekent ‘niet dun’.

  • Zelfstandig naamwoord, levend organisme.

  • Nederlands woord voor een toegang in een muur.

  • Nederlands woord, einde van het leven.

  • Nederlands woord voor het bovenste deel van een huis.

  • Bijvoeglijk naamwoord, weinig of geen licht.

  • Nederlands woord, doos om dingen in te bewaren.

  • Nederlands woord, begroeting of aanduiding van een dag.

  • droom
  • Nederlands werkwoord, een handeling uitvoeren.

  • doei
  • Bijwoord, verwijst naar een andere plaats.

  • droog
  • Nederlands woord, alcoholische of andere drank.

  • Aanwijzend voornaamwoord in het Nederlands.

  • Voorzetsel/bijwoord, ook in ‘doorlopen’.

  • Kan dier (marterachtigen) of kledingstuk zijn.

  • Nederlands woord, betekent een feestelijke dans

  • Bekende benaming voor zoete drop-snoepjes

  • Eénbultige kameel, vooral in woestijnen

  • Veelvoorkomende vogel, vaak in steden te zien

  • Gebakken ringvormig deeg, via Engels ingeburgerd

  • Nederlands woord voor deken, iets om je mee te bedekken

  • Eetbare vrucht, vaak paars, groeit in trossen

  • Informeel woord voor ontlasting, kindertaal

  • Fabeldier dat vuur spuwt, populair in verhalen

  • Gevoel als je wilt drinken, dorst hebben

  • Stekelige punt aan plant of struik

  • Stoflap of doek, gebruikt om te drogen of bedekken

  • Werkwoord, bewegen op muziek: dansen

  • Waterkering of dambordveld, algemeen woord

  • Zoete vrucht van de dadelpalm, veel in Midden-Oosten gegeten

Les mots dans la liste Woord met D proviennent des joueurs du jeu de mots Le Petit Bac.