Woord met R
Kleurwoord, in heel het Nederlands gebruikt.
Bijvoeglijk naamwoord voor iets geks, vreemd.
Neerslag uit wolken, heel gewoon woord.
Naam voor venster in een muur, alledaags.
Klein zoogdier, knaagdier dat iedereen kent.
Bijwoord/bijv. naamw. voor cirkelvormig.
Gewoon werkwoord, sneller bewegen dan lopen.
Zelfst. nw., deel van een schip of geweer.
Bloemsoort én ook huidziekte, heel bekend.
Sieraad aan vinger, veelgebruikt woord.
Kledingstuk dat vanaf de heupen hangt.
Gas van verbranding, alledaags Nederlands.
Werkwoord voor tabak inhaleren, ingeburgerd.
Zelfst. nw. of werkwoord: luid roepen, bekend.
Voedsel: gekookte graankorrels, veel gegeten.
Werkwoord voor zich per voertuig voortbewegen.
Bijv. naamwoord: groot of met veel plaats.
Rommel, troep, vaak voor een ongeordende bende.
Stromend water in natuur, groter dan een beek.
Algemeen Nederlands woord, betekent 'snel lopen'
Bijwoord/richting, tegenovergestelde van links
Zoete limonadesiroop, vooral voor kinderen
Nederlands woord, o.a. voor grens of boord
Meervoud van raam, ook Japans noedelgerecht
Alom bekend apparaat om radiozenders te horen
Nederlands woord, o.a. voor straal of wieldeel
Werkwoord 'raken' of uitroep bij doelpunt in spel
Les mots dans la liste Woord met R proviennent des joueurs du jeu de mots Le Petit Bac.