Woord met 4 letters met L
Alledaags NL woord, bijv. ‘wat leuk!’ vrolijk
Werkwoord ‘lopen’, 3e p.s. tt, prima 4 letters
Voorwerp dat licht geeft, veel gebruikt in huis
Nederlands zelfstandig naamwoord, stuk grond
Bijvoeglijk naamwoord, betekent ‘aardig, lief’
Zelfstandig naamwoord, vrolijke uiting of grijns
Nederlandse naam voor klein bijtend insect
Zelfstandig naamwoord, gezongen muziekstuk
Werkwoord ‘leren’, 1e p.s. tt, goed als 4 letters
Werkwoord ‘leven’, 1e p.s. tt, geldig 4-letterwoord
Zelfstandig naamwoord, last = gewicht/lastigheid
Bijvoeglijk naamwoord, betekent ‘hard klinkend’
Zelfstandig naamwoord, zwaar metaal, chemisch Pb
Bijvoeglijk naamwoord, betekent ‘onhandig, grof’
Zelfstandig naamwoord, ook stad in België
Bijvoeglijk naamwoord, betekent ‘gemeen of gevaar’
Zelfstandig naamwoord, dode of dood lichaam
Optisch instrument om sterk te vergroten, echt NL woord
Kleurwoord, een tint paars. Komt uit het Frans.
Engels voor 'lang', maar ingeburgerd leenwoord.
Werkwoord 'lezen', 2e pers. enkelv. tt. in NL.
Bijvoeglijk naamwoord, zonder inhoud of vulling.
Zoogdier met lange hals; ook een boeddhistisch priester.
Bijvoeglijk naamwoord, lauw, niet warm of koud.
Smalle weg met bomen, veel als straatnaam.
Smalle strook materiaal, vaak van stof of plastic.
Snaarinstrument; ook iemand uit de stad Lier (BE).
Iemand met weinig ervaring in een vak.
Eigennaam, meisjesnaam, afgeleid van Laura.
Bijvoeglijk naamwoord, laag, weinig hoogte.
Straattaal voor gek/vreemd; informeel Nederlands.
Gestolde lava; heet gesteente uit een vulkaan.
Knoflook; plant en smaakmaker in de keuken.
Korte lont aan vuurwerk of kaars, om aan te steken.
Les mots dans la liste Woord met 4 letters met L proviennent des joueurs du jeu de mots Le Petit Bac.