Woord met 4 letters met K
Betekent zuivelproduct; oud Germaanse oorsprong.
- kast
Zoet gebakje; vaak bij de koffie gegeten.
Informeel woord voor achterwerk, heel gangbaar.
Zelfstandig naamwoord voor een jong mens.
Zonder haar; ook figuurlijk ‘kaal’ gebruikt.
Werkwoord ‘koken’; hier als stamvorm gebruikt.
- kort
Toren met klok; kerken hebben vaak een klok.
Werkwoord ‘kijken’; in spreektaal als zelfstandig.
Werkwoord ‘kopen’; stamvorm, veelgebruikt.
Kans betekent mogelijkheid of waarschijnlijkheid.
Rand of zijde van iets; ook richting in sport.
Onderdeel van kaakbeen; ook spreektaal voor mond.
Gebouw voor christelijke eredienst, zeer bekend.
Tijdelijk verblijf of terrein; ook in sport gebruikt.
Groep zangers; vooral in kerken en koren.
Bijvoeglijk naamwoord voor lage temperatuur.
Groente en plant; witte of rode kool in de keuken.
Krat is kist of bak, vaak voor flessen gebruikt.
Nederlands woord, lichaamsdeel van een mens.
Zee- of rivierdiertje met een pantser en scharen.
Nederlands woord; tand bij het kauwen.
Voornaam, ook bijvoeglijk voor flink/moedig.
Groep leerlingen in één lesgroep op school.
Hard geluid of slag, bijvoorbeeld in de handen.
Jong rund, kalf van een koe.
Bijna te klein of te strak; weinig ruimte.
Afgesloten ruimte voor dieren, bv. vogels.
Onderbeen tussen knie en enkel, ook visdeel.
Nederlands woord voor braken/braaksel.
Nederlands woord voor fris, niet warm.
Exotische vrucht; leenwoord maar ingeburgerd.
Laag stoeltje of steun zonder leuning.
Werkwoordsvorm van ‘komen’; hij/zij komt.
Kledingstuk voor over de voet en enkel.
Gewricht tussen boven- en onderbeen.
Fijn verdeeld gesteente, gebruikt bij pottenbakken.
Soort kalksteen of wit poederig materiaal.
Kleur en vrucht (kakivrucht), ingeburgerd leenwoord.
Nederlands woord van 4 letters met k, betekent landtong
Nederlands woord van 4 letters met k, afsluiter van flessen
Les mots dans la liste Woord met 4 letters met K proviennent des joueurs du jeu de mots Le Petit Bac.